22/08/2026
LAATSTE ZOMERMIJMERING – OVER MIJMEREN
Wie mijmert, wandelt met zijn gedachten.
Deze zomer overkwam het me onverwachts: een reis van vier weken viel plots weg. Ik kreeg vrije tijd. En begon te mijmeren. Uit het niets. Tijdens het wandelen. Of na het lezen van de krant. Een manier om om te gaan met alles wat door mijn hoofd dwarrelde. Een manier ook om me te verhouden tot de wereld. Mijmeren is niet tobben en ook niet nadenken. Het is ook geen verzet of een verklaring. Het is een luchtig zoeken, het gebeurt ergens tussen mijn hoofd en mijn buik.
Ik heb getwijfeld om mijn mijmeringen te delen. Omdat ze in hun lichtheid ergens kwetsbaar zijn. Ik had er ook geen bedoeling mee. Wou niet kwetsen of choqueren. Maar eerder het mijmeren doorgeven. Als een golf in zee. Om mee op te dobberen. Of om eens samen te mijmeren. Want er is wel veel aan de hand om over te mijmeren. En het is fijn om te mijmeren. Als je tijd hebt.
Vanmorgen besefte ik dat het vandaag mijn laatste ‘vrije dag’ was. Tijd dus om afscheid te nemen van deze reeks zomermijmeringen met aan laatste mijmering… over het mijmeren. En toen schoot het me te binnen dat ik als tiener op de schoolbanken heel veel mijmerde. Soms schreef ik die ook op. Eén keer deed ik met zo’n mijmering mee aan een poëziewedstrijd. Ik vond het krantenartikel uit 1989, ik was toen nog net 17 jaar, terug. Je vindt me op de foto links van Sven Ornelis.
>
helemaal alleen
zat ik op het strand
met de zachte avondzon tegenover me
de hele tijd wachtte ik
op mijn gedicht
dat telkens de indruk gaf
te willen aanspoelen
maar op ’t laatste nippertje
zich nog wat onzeker terugtrok
alsof het twijfelde
nog niet volmaakt te zijn
wachtend
kreeg ik een steeds langere schaduw
tot plots
het gedicht met een klein golfje meekwam
en heel nederig aanspoelde
maar
alles was al schaduw geworden
en het verdween
in de donkerte van de nacht
<
krantenartikel: Gazet van Antwerpen, woe 03.05.1989
publicatie: ‘Zand uit Utopia en dassen uit Miami’, Poëziecentrum vzw, Gent, 1989