14/10/2026
**Vijf jaar**
Morgen is het vijf jaar geleden dat mijn vader overleed. Vijf jaar, dat is lang en kort en alles ertussenin.
Nog steeds is het gek. Dat je die dag zo naar je toe kunt trekken en er weer middenin kunt staan. Op andere momenten denk je er even vluchtig aan tijdens het leven van alledag en sta je er niet echt bij stil.
Mijn vader was opgenomen in het ziekenhuis als ernstig zieke man. Ernstig ziek, maar ook ernstig eigenwijs. Hij deed iedereen altijd versteld staan door er bij een zorgelijke toestand gewoon steeds weer bovenop te komen.
We hadden er ervaring mee dat ons werd verteld afscheid van hem te nemen. Onwerkelijk, en dat was het ook echt, de volgende dag zat hij gewoon in zijn blauwe HEMA-pyjama een bakje vanillevla te eten in het ziekenhuisbed.
Dus tsja, die ochtend van 15 oktober, het liep tegen de middag (grappig hoe zulke onbeduidende details opeens belangrijk worden wanneer je je herinneringen gaat opgraven), werd ik gebeld door een privénummer. Het ziekenhuis.
De boodschap luidde: *‘Kom zo vlug mogelijk en waarschuw ook je moeder en je broer.’*
Goed, het was ernstig. Een onzekere situatie die snel handelen vereiste, zo dacht ik erover. Van het ergste ging ik nog niet uit, geloof ik.
Ik had wel haast, want ik vond het rot dat hij alleen was. Er moest zo snel mogelijk een vertrouwd gezicht bij hem zijn.
Wat heb ik gerend, over de loopbanden van de parkeergarage naar het ziekenhuis. Ik vrees dat ik mensen opzij heb geduwd, niet hard hoor, maar toch. Wat een tocht was dat. Het leek uren te duren.
Eindelijk arriveerde ik bij zijn kamer, waar ik door de arts werd opgevangen en naar een kantoortje geleid. Daar vertelde ze me dat ik afscheid moest nemen van mijn vader.
Ze ging me voor naar hem toe.
Daar zat ik, naast zijn bed. Onze blikken vonden elkaar. De arts spoorde me aan met hem te praten. Dat heb ik gedaan. Allerlei clichés die op dat moment geen clichés zijn, maar boodschappen waarvan je wilt dat hij ze bewust in zich opneemt.
Ik had zijn hand vast en wachtte op mijn moeder en broer. Hopend dat ze kwamen, maar ook vrezend, omdat ik hun verdriet dan ook zou zien.
Vaak heb ik me afgevraagd wat mijn vader heeft gevoeld, heeft gedacht, heeft meegekregen en ervaren. Het zou me veel waard zijn daar een antwoord op te krijgen.
Niet veel later zag ik mijn ouders afscheid nemen van elkaar. Met een woord van haar en een blik van hem, spreken ging niet meer.
**Het was hartverscheurend mooi. Het brak me en troostte me.**
De uren, dagen en weken na dit moment voelde ik vaak de behoefte erover te praten. Het opnieuw te beleven, omdat me dat gek genoeg weer dichtbij hem bracht. De laatste momenten dat hij in mijn leven was.
Vanaf 15 oktober was hij voor het eerst niet meer, nooit meer, in mijn leven. Dat voelde gek.
En dat is alweer vijf jaar geleden.
Het komt nog steeds voor dat de drop in de Bonus is en ik denk: *‘Hé, ik neem wat mee voor papa.’*
Die momenten worden minder.
Het is niet eens altijd per se willen dat hij er is. Soms is het gewoon alleen maar heel stom vinden dat hij er nooit meer is.
**Dat nooit meer, daar kun je toch ook gewoon niets mee?**
Nou goed, dit wilde ik delen. Deels omdat ik het verhaal soms graag nog eens vertel en omdat ik zo vaak bij moedige, verdrietige mensen aan tafel zit, die op het meest kwetsbare moment hun verhaal met mij delen.
Dat is voor mij zo waardevol. Ik begrijp het een beetje.
Iedereen heeft een verhaal.
**Laten we vooral luisteren.**
Dank je wel voor het lezen.
Liefs,
Annika ❤️